Wederom onrust in de huizenmarkt?

Op donderdag 28 mei jl publiceerde de nieuw geïnstalleerde financiële adviesraad een rapport aan de komende regeringen (men ging er klaarblijkelijk al vanuit dat het huidige kabinet het voorstel niet zou overnemen) aangaande hetgeen u en ik maximaal mogen lenen voor de aankoop van een woning.

Zoals u wellicht bekend is heeft de overheid de afgelopen jaren al een aantal maatregelen genomen om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. De grootste wijziging hieromtrent is ingevoerd in 2013 toen het hypotheeklandschap fiscaal is ingeperkt tot een tweetal vormen: een lineaire of annuïtaire hypotheek. Deze wijziging vond haar oorsprong in de gedachte dat men de hypotheekrenteaftrek verder wil beperken en daarnaast wil voorkomen dat het aantal huishouden met een ‘onderwaterhypotheek’ zal toenemen. Daarnaast is in 2013 gestart met een gestage afbouw van de hypotheekrenteaftrek (naar maximaal 38 procent in stapjes van 0,5% per jaar).

De adviesraad is van mening dat hetgeen we maximaal nog mogen lenen vanaf 2018 verder beperkt zou moeten worden tot 90% van de waarde van de woning. Stel dus u koopt een woning van € 250.000,-, dan zou u maximaal nog een hypotheek kunnen krijgen van € 225.000,-. De woning die u koopt kost u – gemakshalve afgerond – inclusief kosten € 262.500 en derhalve dient u aan eigen middelen een bedrag van € 37.500,- in te brengen. Voor veel starters op de woningmarkt – net afgestudeerd en over het algemeen meer schulden dan bezittingen – een veelal onmogelijke opgaaf.

Zoals eerder geschetst is in 2013 reeds een wetswijziging doorgevoerd. Starters op de woningmarkt worden nu geconfronteerd met een verplichte aflossing vanaf dag 1 dat zij een hypotheek afsluiten. Na grofweg 5 jaar is – wanneer we uitgaan van een annuïteit – ongeveer 10% van de schuld afgelost en zitten we op de gewenste 90%. Derhalve voldoen zij die in 2013 een woning hebben gekocht in 2018 aan het gestelde percentage.

De verwachting van vastgoedspecialisten is dat – wanneer deze maatregel zal worden doorgevoerd – de woningmarkt opnieuw geconfronteerd zal worden met een waardedaling van indicatief 5%. Hierdoor zal eerder het aantal ‘onderwaterhypotheken’ eerder toe- dan afnemen.

Los van het feit dat het momentum waarop de raad met het voorstel komt in mijn optiek buitengewoon ongelukkig is gekozen (de woningmarkt vertoond net weer lichte tekenen van herstel) ligt mijn bezwaar daarnaast vooral in het feit dat slechts één onderdeel wordt uitgelicht.

Wil je hervormen dan zul je de bereidheid moeten hebben om integraal te hervormen. Dat betekent een brede visie over de gehele woningmarkt (inclusief de huurmarkt) in relatie tot onder andere ons studiestelsel, de levensfase waarin mensen zich bevinden (gekoppeld aan de financiële positie) en de fiscaliteit. Integraal vraagstukken beoordelen en op deze wijze nadenken over een structurele oplossing voor de gehele woningmarkt op langere termijn geeft rust, duidelijkheid en een basis waarop u en ik besluiten kunnen nemen voor de toekomst. De nu gecreëerde onrust wekt alleen maar verwarring en is daardoor nu niet gewenst.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *